|
Wateren Geef royaal water. De pot nooit uit laten drogen! Beter iets te veel dan compleet droog. Let wel op dat de pot niet altijd kletsnat is. De aarde mag tussen de gietbeurten door gerust iets aandrogen. Sproei het blad dagelijks tijdens het groeiseizoen.
Snoeien. Na zware snoei loopt de plant uit met vele nieuwe uitlopers, ook op het oude hout. Voor een dichte vertakking: Snoei tijdens het groeiseizoen voortdurend de nieuwe groei voor een dicht bladerkussen. Snoeien kan constant gedaan worden tijdens het groeiseizoen. Ook mag dit tijdens de rustperiode.
Licht en standplaats Houd van volle zon. Met wat schaduw op het heetst van de dag in midzomer. Kan tegen schaduw, maar geen donkere standplaats.
Bemesten Langzaam werkende (organische oftewel vaste meststof) is het best. Voorjaar: NPK 4-3-2, tijdens de groei NPK 9-3-3. Herfst: NPK 3-9-9. Mest niet tijdens het heetst van de zomer of binnen een week na het verpotten. Oplosbare (chemische) meststoffen; de meeste soorten zijn goed (Pokon). Geef de halve voorgeschreven dosis.
Bedraden Kan het hele jaar door. Let vooral in de groeiperiode op ingroeien van de draad.
Verpotten Snoei bij het verpotten niet te veel wortels in een keer. Best is één derde van de wortels per keer. Kleinere en jongere bomen een keer per jaar of per twee jaar verpotten, oudere en groter bomen eens per drie of vier jaar. Verpot in de vroege lente, voor het uitlopen van de boom, dat is de beste tijd voor wortelsnoei. Het kan ook in de herfst, maar snoei dan minder wortels. De boom is dan gevoeliger.
Grondmengsel De verschillende aanbevelingen: 1 deel akadama, 2 delen potgrond, 1 deel split of grof zand. 1 deel akadama, 2 delen potgrond, 3 delen grof zand of split.
Winter Belangrijk is dat de boom minstens zes weken moet blootstaan aan een temperatuur onder vijf graden. De boom heeft behoefte aan winterrust, zoniet gaat de boom kwijnen. De boom kan het best overwinteren in een koude kas, of in een koele ruimte. Als het blad gevallen is of gaat vallen mag de boom ook donker staan.
|