|
Standplaats Véél licht en kan tegen volle zon; kijk goed de vochtigheid van de grond na. Hij verdraagt wind. De wortels moeten tegen hevige vorst worden beschermd.
Temperatuur Kan tegen de meeste temperaturen. Houd van volle zon. Nachtvorst kan geen kwaad. Bescherm de plant echter tegen temperaturen onder de -3 graden Celsius en houd de plant in de schaduw als de temperatuur ’s zomers boven de 30 graden komt. Na het verpotten ook uit de wind en niet in de volle zon voor twee weken.
Wateren Pas de watergift aan aan het seizoen. Ruim water tijdens de groeiperiode, van half maart tot einde september. Laat de grond nooit helemaal uitdrogen bij heet weer. Bij jong blad is het goed te zien wanneer de plant dorst heeft, (deze hangen dan een beetje) maar bij het gerijpte blad is dat moeilijk te zien. Geef water wanneer de potgrond aan de droge kant is; de pot nooit uit laten drogen!!! Beter iets te veel dan compleet droog, laat de kluit echter niet altijd kletsnat blijven.
Snoeien, nijpen Struktuursnoei : in de herfst winter of in het begin van de lente. Laat bij zware snoei eerst nog een stomp van de tak staan, dan is er minder kans op indrogen van het levende gedeelte. Later, als deze lelijke stompjes zijn ingedroogd, kunnen deze weer worden weggehaald. Snoei te lange dunne twijgen terug, bedenk dat de nieuwe groei die plaatsen later weer inneemt. Vormingssnoei : laat uitschieten tot 4-5 blaadjes en snoei dan terug op 2. Nijpen : laat 2 blaadjes uitschieten en nijp dan de groeischeut weg.
Bemesten Mest niet in de winter en wanneer de boom weinig of geen blad heeft. tijdens het heetst van de zomer of binnen een week na het verpotten. Langzaam werkende (organische oftewel vaste meststof) is het best. (Een richtlijn:Voorjaar: NPK 7-6-12, tijdens de groei NPK 9-3-3. Herfst: NPK 3-9-9.) Oplosbare (chemische) meststoffen. De meeste soorten zijn goed (Pokon). Geef de halve voorgeschreven dosis.
Bedraden Kan het best in de rustperiode. De boom kan ook met gericht snoeien gevormd worden. Let daarbij op de laatste knop die blijft staan; in die richting groeit de tak verder. Pas op ingroeien van de draad.
Verpotten Snoei bij het verpotten niet te veel wortels in een keer. Best is één vierde tot één derde van de wortels per keer. Kleinere en jongere bomen een keer per jaar of per twee jaar verpotten, oudere en groter bomen eens per drie of vier jaar. Verpot in de vroege lente, bij het zwellen van de knoppen voordat deze uitlopen. Het kan ook in de herfst, maar bescherm de boom dan meer tegen vorst. De boom is dan gevoeliger voor vorst in de winter.
Ziektes en parasieten Controleer regelmatig op spint en luis, (gele en groene blaadjes die afvallen wanneer je met de tak schud en plakkerige blaadjes) Spuit waneer nodig met een spiritus-zeepsop oplossing (maximaal ¼ spiritus en een scheutje zeep) twee maal met een tussenpoos van zes dagen. Spuit vooral ook de onderkant van het blad. Makkelijker en beter werkt een systemisch middel, bijvoorbeeld Admire van Bayer, dit middel dringt in de plant en beschermt deze van binnen uit. Het kan ook aan het gietwater toegevoegt worden.
Grondmengsel De verschillende aanbevelingen: Puur Akadama. (Droogt wel snel uit bij veel wind en zon) 1 deel akadama, 1 deel potgrond, 1 deel split of grof zand. 2/3 potgrond, 1/3 grof zand/kiezel.
|