|
Hoe vaak? Per boomsoort hangt het er vanaf hoe vaak en wanneer er moet worden verpot, maar ook met de grootte van de pot en de leeftijd van de boom moet rekening gehouden worden. In de regel moet er eenmaal per twee jaar worden verpot in de vroege lente, controleer het wortelstelsel van de boom echter om te bepalen of het verpotten ook echt nodig is; wanneer de wortels rond de kluit groeien omdat er geen ruimte meer is in de pot.
Wanneer? Verpot de boom vlak voordat deze in de lente gaat uitlopen. Op deze manier wordt de schade veroorzaakt door het verpotten beperkt tot een minimum omdat de boom nog geen volledig bladerdek hoeft te onderhouden. Ook worden beschadigingen meteen ‘gerepareerd’ wanneer de boom begint aan zijn lentegroei.
De grondmix Het gebruik van de juiste grondmix is heel belangrijk. Helaas bestaat er niet zoiets als standaard “Bonsai aarde”, dit komt omdat verschillende boomsoorten ook verschillende grondmengsels prefereren. Over het algemeen zijn er twee basis-mixen: voor naaldachtigen en voor loofbomen, die soms wel voorgemengd worden aangeboden door (online) Bonsai winkels.
Naaldachtigen gedijen het best in een luchtige grondmix die water goed doorlaat. Meng Akadama, split (fijn grind) en potgrond in de verhouding: 2-1-1.
Loofbomen prefereren een grondmix die wat voedzamer is. Meng Akadama, split (fijn grind) en potgrond in de verhouding: 2-1-2
Akadama is een luchtige kleisoort die heel veel wordt gebruikt voor Bonsai, het is dan ook te koop in alle (online) Bonsai winkels. Fijn grind (split) zijn kiezeltjes met een afmeting van ongeveer 2mm². Vaak kun je kiezen tussen ronde en schijfvormige kiezeltjes, deze laatste optie is het best omdat het grondmengsel zo luchtiger wordt.
Potkeuze Voor het selecteren van een geschikte pot kunt u hier verder lezen: “potkeuze”.
Hoe? 1. Haal de boom op een zodanige manier uit de pot dat het wortelstelsel geheel intact blijft. Zit de boom vast in de schaal dan kan een wortelhaak goed van pas komen (zie afb. 1). 2. Haal het zand tussen de wortels weg met een wortelhaak, maar zorg er wel voor dat de wortels niet te zwaar worden beschadigd. Bij het verpotten van naaldbomen is het noodzakelijk niet al het zand uit de kluit te verwijderen om de bodemflora te behouden (zie afb. 2). 3. Snoei de hoofdwortels die recht naar beneden groeien, zodat er een krans van wortels ontstaat. Op deze manier ontwikkelt de boom een mooiere wortelhals. Verder mogen alle te lange wortels ook worden gesnoeid. 4. De onderlaag van de pot (ongeveer 1/5 van de pot) moet bestaan uit split, om te zorgen voor een goede afwatering en beluchting. Bovenop deze laag komt de voorbereide grondmix. 5. Plaats de boom nu in de pot, iets uit het midden om zo een natuurlijker beeld te creëren (zie afb. 3). 6. Vul de pot nu verder op met de grondmix tot ongeveer een centimeter onder de potrand. Zorg ervoor dat de grond overal komt en er geen holten ontstaan (zie afb. 4). Begiet de boom overvloedig totdat het water onder uit de pot komt stromen. 7. Om erosie en verdroging tegen te gaan kun je wat mos op het grondoppervlak laten groeien.
|