|
Naarmate de boom groeit, neemt hij de vorm aan die gewenst wordt; het draad kan dan worden verwijderd. Het bedraden van een Bonsai moet heel zorgvuldig worden gedaan, als de barst van de boom beschadigd kunnen delen gemakkelijk afsterven. Daarom zijn er speciale technieken ontwikkeld om de takken veilig te bedraden.
Wanneer? Een boom bedraden kan het hele jaar, let wel goed op dat het koperdraad niet in de bast (schors) van de tak/stam groeit; vooral in het voorjaar worden de takken snel dikker.
Materiaal? Om takken van verschillende dikten te bedraden worden verschillende dikten koperdraad gebruikt, te koop in elke (online) Bonsai winkel. Dunne takjes worden bedraad met koperdraad van 1mm dik, dikkere takken worden bedraad met koperdraad van 1 tot maar liefst 8 mm dik. Grote takken worden soms, om beschadigingen tijdens het buigen te voorkomen, eerst omgewikkeld met raffia (te koop in elk tuincentrum). Ook stammen kunnen (mits ze niet te dik zijn) worden gebogen, zie: de stam.
Hoe? Er zijn 2 manieren om takken te bedraden: “duo bedrading”, het bedraden van twee takken die op verschillende hoogte zitten en ongeveer even dik zijn, met één draad (zie afb. 1) en “enkele bedrading”: het bedraden van één tak met één draad die eerst een aantal maal om de stam/hoofdtak is gewikkeld (zie afb. 2). Deze twee methoden worden vaak beide gebruikt bij het bedraden van een Bonsai: eerst worden zoveel mogelijk takken met de eerste methode bedraad, de overgebleven takken, die niet goed in paren kunnen worden bedraad, worden enkel bedraad.
Duo bedrading 1. Zoek twee takken die aan de stam/hoofdtak groeien van ongeveer gelijke dikte, er moet tenminste 3 cm en maximaal 6 cm hoogteverschil tussen de twee takken zitten. 2. De draad die je gebruikt om de twee takken te bedraden moet op de goede lengte worden afgeknipt, houd de draad hiervoor even langs de takken om zo te zien hoeveel draad je nodig hebt, aangezien je de draad om de takken én de stam wikkelt moet je wel extra lengte meerekenen. 3. Wikkel de draad ten minste twee maal rond de stam zodat de draad niet gaat verschuiven. 4. Bedenk van tevoren of je de takken naar boven of naar beneden wilt gaan buigen: als je de tak naar beneden wilt buigen (zie afb. 1, onderste blauwe pijl) moet de draad van onderaf komen. Wil je de tak naar boven buigen (zie afb. 1, bovenste rode pijl) dan moet de draad van bovenaf komen. 5. Wikkel de draad verder om de takken heen, in een hoek van 45 graden (zie afb. 1). 6. Nadat de hele boom is uitbedraad kun je de takken voorzichtig gaan buigen. Jonge takken kunnen gemakkelijk van richting worden veranderd, verhoutte of dikkere takken geven minder makkelijk mee: pas dus op dat ze niet breken.
Enkele bedrading 1. Wikkel in een hoek van 45 graden een stuk draad langs de stam/hoofdtak en zorg ervoor dat de draad minstens twee maal rond is gewikkeld voordat je de tak gaat bedraden (zie afb. 2). 2. Wikkel de draad nu om de tak heen, ook hier geldt dat wanneer je een tak naar beneden wilt buigen, de draad van onder moet komen. Wanneer je een tak omhoog wilt buigen, moet de draad van boven komen. 3. Probeer de verschillende draden netjes naast elkaar rond te wikkelen wanneer je meerdere takken moet bedraden (zie afb. 2).
|