|
Wanneer je de zaden in de herfst plant (zoals dat ook in de vrije natuur gebeurt) zal het in de lente ontkiemen. Wil je echter zaden nog in de vroege lente tot ontkieming brengen dan zul je ze moeten stratificeren. Stratificatie houdt in dat je de zaden onder de juiste omstandigheden (koelkast/diepvries) voor een soort-afhankelijke tijd moet bewaren, om zo de winter te imiteren en het zaad klaar te maken om te ontkiemen. De duur en temperatuur verschillen per boomsoort en het is dan ook aan te raden zaad van bomen uit te kiezen die in uw leefomgeving voorkomen; planten in de herfst verzekert u dan van succes zonder te hoeven stratificeren.
Waar? Allereerst moeten er geschikte zaden van de gewenste boomsoorten worden verzameld of worden aangeschaft. Zaden zoals kastanjes en eikels zijn eenvoudig te vinden in bossen, zaden van naaldachtigen bevinden zich in dennenappels. Om ze te verzamelen moet je de dennenappels op een warme plaats bewaren, de zaden rollen dan vanzelf tussen de schubben vandaan. Het planten van de zaden gebeurt pas in de vroege lente. De meeste (online) Bonsai winkels verkopen zaad, let er wel op dat speciaal Bonsai zaad niet bestaat, u kweekt immers een normale boomsoort op; betaal niet te veel.
Wanneer? De beste tijd om zaad te verzamelen en te planten is de herfst, zo volgt u de natuurlijke gang van zaken voor het ontkiemen van zaad.
Hoe? Stappenplan voor het zaaien: 1. Kies een pot met een diepte van ongeveer 15 cm, met een gat voor de afwatering. 2. De onderste laag van de pot (ongeveer ¼ deel) moet worden gevuld met een grof grondmengsel. Meng hiervoor split (fijn grind) met akadama (een kleisoort, te koop bij elke (online) Bonsai winkel) in de verhouding ½ + ½. 3. Op de onderste laag komt een laag met akadama, fijn grind en potgrond, in de verhouding: ½ + ¼ + ¼. Deze laag komt tot ongeveer 3 cm onder de potrand te liggen. 4. Leg de zaden bovenop de grond, met een onderlinge afstand van 2 tot 5 cm, afhangende van de zaadgrootte (zie afb. 1). 5. Bovenop de zaden komt de laatste grondlaag, van akadama en potgrond, in de verhouding ½ + ½ (zie afb. 2). 6. Spoel een flinke hoeveelheid water over het zaaibed, doe dit met een fijne sproeikop en zorg ervoor dat er niet te veel grond wordt weggespoeld.
|
|
En dan? De nazorg Plaats de pot buiten, op een zonnige plek, liefst beschut tegen de wind. Het zaaibed moet vochtig worden gehouden, maar zeker niet nat. Voel dus even met een vinger hoe vochtig de grond is. In de lente zullen de zaden ontkiemen; pas na een jaar kunnen de zaailingen apart worden gezet, gebruik bij het verpotten wel een deel van het originele grondmengsel.
|