Geschiedenis

De geschiedenis van Bonsai

Bonsai geschiedenis

 

Hoewel het woord "Bon-sai" en de kunst waarnaar dit verwijst gezien worden als uitgesproken Japans, komt het oorspronkelijk uit China. Omstreeks 700 voor christus zijn de Chinezen begonnen met het kweken van miniatuurbomen in potten. Toen was alleen de elite bezig met deze kunstvorm, pun-tsai genoemd en werden planten gebruikt die lokaal verzameld werden. De planten waren geliefde kunststukken en werden in heel China als luxe geschenken gebruikt. Gedurende het Kamakura tijdperk nam Japan veel gebruiken over uit China. Zo kwam ook de kunst van het kweken van miniatuurboompjes naar Japan toe. In Japan werd de kunst vervolgens verder ontwikkeld onder invloed van het Zen Boeddhisme. Omdat Japan veel kleiner is dan China, zijn de landschappen en bijbehorende groeivormen van planten een stuk minder gevarieerd dan in het uitgestrekte China. Hierdoor kon de kunstvorm zich sneller specialiseren. Veel van de hedendaagse technieken zijn daarom niet in China, maar in Japan tot ontwikkeling gekomen. Sinds enkele honderden jaren is de kunst van bonsai ook doorgedrongen in landen buiten Azië. Maar het is pas zeer recentelijk een hobby die grootschalig wordt beoefend buiten de oorsprongsgebieden.

 

 

 

Geschiedenis van Bonsai in China

Ondiepe keramiek kommen en schotels werden al 5000 jaar geleden in het huidige China gemaakt. Toen 1000 jaar later in China de bronstijd aanbrak, waren schaalvormige objecten de eerste vormen die men in Brons probeerde te maken voor gebruik in religieuze en politieke ceremonies.

Ongeveer 2300 jaar geleden resulteerde de Chinese theorie van de vijf krachten (water, vuur, hout, metaal en aarde) in het idee dat miniatuur replica’s kracht konden bezitten. Door bijvoorbeeld een miniatuur bergketen te maken en te concentreren op de magische kracht die hierin besloten ligt kan een volger van de theorie hieruit kracht putten. Hoe beter de miniatuur op het origineel leek, des te meer kracht bevatte de miniatuur.

Tweehonderd jaar later, gedurende de Han dynastie, werden banden aangehaald met de buren en werden handelsroutes voor specerijen geopend. Speciaal voor wierook werden wierook houders ontwikkeld. Deze houders van brons, keramiek of zelfs verguld brons waren gevormd als miniatuur bergen welke uit een zee van golven steken. Deze bergen symboliseerden de huizen van de onsterfelijken, een verwijzing naar de toentertijd populaire theorie van mythische eilanden waar gezegende overledenen verbleven. De branders waren voorzien van losse deksels met rijke versieringen. Deze gaven legendarisch figuren op beboste heuvels weer. Door perforaties in de deksels kon de wierook ontsnappen, waardoor het leek alsof er magische rook uit de bergen kwam. Er wordt wel gespeculeerd dat in latere jaren stenen deksels gemaakt zijn waar zowaar levend korstmos of gewoon mos was aangebracht.

In de grafkamers van kroonprins Zahng Huai zijn schilderijen gevonden uit ongeveer 706 voor Christus waarin twee assistentes staan met miniatuur landschappen en kleine planten in schalen. Uit deze tijd stammen de eerste gedocumenteerde gevallen van deze levende landschap miniaturen (Pun wan). Gezien de kwaliteit van de landschappen in de schilderijen moet de kunst al enige tijd hiervoor ontstaan zijn.

De eerste bomen die men verzameld heeft en in schalen geplaatst werden zijn waarschijnlijk bijzonder gevormde verdraaide wilde exemplaren geweest. Deze waren ‘heilig’ omdat ze voor geen enkel nuttig doel konden worden gebruikt. Hun uitzonderlijke vormen deden denken aan de vormen van yoga beoefenaars die met regelmaat hun ledematen in de meest gekken knopen leggen, waardoor de levensenergie stromen zichzelf voedden en daardoor voor een lang leven zouden moeten zorgen.

 

Met het verloop van tijd zijn regionale verschillen tot stand gekomen. Over het grote Chinese rijk bestonden immers vele verschillende landschappen welke nagebootst konden worden. Eenvoudige keramiek schalen werden gebruikt in plaats van het porselein, en af en toe werden pogingen ondernomen om met bamboe en lood de boom in een bepaalde vorm te brengen. In de literatuur zijn er vele schrijvers en dichters die refereren aan dit soort miniatuur landschappen en boompjes. Ook in de schilderkunst zijn zijn voorbeelden te vinden waar miniatuurlandschappen getoond worden. Na de 16e eeuw worden deze uitingen ook wel punt sai, oftewel ‘schaal beplantingen’ genoemd. Pas in de 17e raakt de term pun ching, nu verbasterd tot pen jing, oftewel ‘schaal landschap’ in de mode.

 

Miniature landscape from Gothaer Penjing Album, Canton, c.1800

Hierboven: Miniatuur landschap van Gothaer’s Penjing album (Canton, 1800)

 

 

Geschiedenis van Bonsai in Japan

Over het algemeen wordt aangenomen dat de eerste penjing ruin 1200 jaar geleden als souvenirs uit China meegenomen werden naar Japan. In een Japanse tekst van ongeveer 1000 jaar geleden is te lezen ‘een volgroeide boom in zijn natuurlijke staat is maar een grof exemplaar. Het is pas als deze door mensen omringd wordt met liefde en zorg dat de vorm en stijl in staat zijn om iemands emoties te raken’.

De eerste afbeeldingen van penjing in Japan zijn pas rond de 800 jaar geleden gemaakt. Japanners waren toentertijd gefascineerd met China en op een bepaald moment is het Chinese Chan Boeddhisme uit China overgekomen en geadopteerd. Dit werd later het Zen Boeddhisme. Zen monniken vinden schoonheid in soberheid. Dit, gecombineerd met de relatieve eenvoud van de Japanse landschappen in vergelijking tot die van China, leidden ertoe dat Zen monniken strikte regels opstelden voor hun penjing. Hierdoor kon een enkele boom een compleet landschap vertegenwoordigen. De potten die de Japanners gebruikten waren over het algemeen dieper dan de potten in China, en hierdoor ontstond een nieuwe vorm welke Hachi-no-ki genoemd wordt. Wanneer men dit letterlijk vertaald wordt dit “De kom-boom”. Deze kunstvorm vindt men terug in folklore van de late 14e eeuw. In een populair toneelstuk uit die tijd offert een samoerai zijn laatste miniatuurbomen op om een arme monnik warm te houden tijdens een koude winternacht. Dit verhaal was zo populair dat het eeuwenlang opgevoerd is.

 

Snow-covered Ume (plum), Sakura (cherry), and Matsu (pine) dwarf

Hierboven: Met sneeuw bedekte miniatuurboompjes van Ume (Pruim), Sakura (Kers) en Matsu (Den) in een houtprint gesneden door Utagawa Kunisad.

 

Aan het einde van de 18e eeuw was het kweken van dwergboompjes dusdanig populair dat er zelfs een jaarlijkse show voor miniatuurdennen in Kyoto werd georganiseerd. Iedereen, van de gemiddelde burger tot de hoogste militaire leiders, kweekte deze dwergplanten. In Kyoto kwamen experts vanuit 5 omliggende provincies naar de show om elk 2 planten te laten keuren. En de stad Takamatsu (Tegenwoordig goed bekend vanwege Kinashi Bonsai Stad) had al kweekvelden voor miniatuur dennen. Deze waren voor de stad al een belangrijke bron van inkomsten.

Rond het jaar 1800 kwam een groep experts in de boomvormkunsten bij elkaar om de verschillende nieuwe boomstijlen te bespreken. De dwergboompjes werden toen omgedoopt tot ‘bonsai’ (Wat niets meer of minder is dan de Japanse uitspraak voor het Chinese woord, pun-sai). Hierdoor konden deze boompjes uit elkaar gehouden worden van de gewone hachi-no-ki, welke vele mensen hadden staan. De schaal (bon of pen) bij bonsai is ondieper dan de hachi. Dit is een teken dat sommige kwekers beter om konden gaan met de speciale eisen van het kweken van boompjes in kleine schalen. Bonsai begon over te gaan in een kunstuiting, in plaats van de religieuze/spirituele basis die het tot dan toe had.

Gedurende de hierop volgende eeuw werden nieuwe stijlen ontwikkeld, groottes gedefinieerd en catalogi en boeken over de bomen, gereedschappen en potten deden hun intrede. Ook de eerste officiële bonsai shows werden georganiseerd. Bij het vormen van de bomen werden koper en lood vervangen door hennep en in China werden potten grootschalig geproduceerd voor de Japanse markt. Uiteraard naar specificaties van de Japanners, zodat deze passen bij Bonsai. De hobby werd steeds populairder.

 

At the second Kokufu Bonsai Ten, December 1934

Boven: Op de tweede Kokufu Bonsai Ten, December 1934

 

In 1923 werd Tokyo verwoest door de Kanto aardbeving. Een groep van 30 bonsai kweker en hun familie werden geforceerd te verhuizen en besloten naar het nabijgelegen Omiya te verhuizen. Hier begonnen ze wat later gezien zou worden als het centrum van de Japanse bonsai cultuur: Omiya Bonsai Village. In de jaren 30 van de vorige eeuw ontstonden formele bonsai shows en zelfs in Tokyo’s Kunstmuseum werd een jaarlijkse show georganiseerd.

Na de pacifische oorlog is de bonsaikunst tot volle wasdom gekomen. Het rees in status tot een belangrijke nationale kunstvorm en shows, boeken en tijdschriften kwamen op. De bekende kunstenaars openden hun deuren voor stagiaires en voor buitenlanders werden cursussen georganiseerd die de kunst tot ver buiten Japan bekend maakten. Het gebruik van gespecialiseerd elektrisch gereedschap en voortschrijdende kennis van planfysiologie stelden enkele grootmeesters in staat om het kweken van miniatuurboompjes tot een ware kunst te verheven.

Inmiddels is bonsai onderdeel geworden van jong en oud. Ware het vroeger vooral een hobby voor ouderen met te veel tijd, tegenwoordig kan iedereen voor een habbekrats een miniatuurboompje kopen bij een tuincentrum bouwmarkt of zelfs supermarkt.

Lees meer over bonsai in Japan

 

 

Geschiedenis van Bonsai in het Westen

Een Spaanse tekst uit 1604 maakt melding van chinezen in de Filipijnen die mini ficus boompjes op stukken koraal kweken. De eerste melding in het Engels van miniatuur boompjes in potten komt uit 1637 van het eiland Macau in Chian. Gedurende de hierna volgende eeuw komen rapportages van in Japan gekweekte boompjes in de ‘’wortels over een rots’ stijl. Enkele tientallen reizigers vermelden in hun reisverslagen het bestaan van dwergboompjes in Japan en China. Ook boeken en gerespecteerde tijdschriften maken hier melding van. In de wereldtentoonstellingen van Philadelphia (1876), Parijs (1978, 1889), Chicago(1893), the St Louis World trade fair, de Japan-Groot Brittannië tentoonstelling en de 1915 San Francisco tentoonstelling stonden bonsai.

Het eerste boek specifiek over bonsai in een Europese taal (en wel het Frans) werd in 1902 gepubliceerd. De eerste Engelse tekst hierover kwam in 1940 uit. Het basisboek Miniature trees and Landscapes van Yoshimura en Halford’s kwam uit in 1957. Tegenwoordig staat het bekend als de bijbel van de bonsai in het westen, waarbij Yoshimura de link is tussen de klassieke bonsai uit Japan en de moderne westerse houding ten opzichte van bonsai. Deze combinatie leidde tot een moderne geraffineerde aanpassing van de klassieke Japanse kunst uiting. In Amerika is het John Naka die als eerste deze visie doorgaf in zowel zijn lessen als zijn boeken. Hij veroverde de wereld verder door het gebruik van planten welke lokaal voorkomen, in plaats van zich te beperken tot de Japanse klassiekers.

Het was rond deze tijd dat de Japanse landschappen (Saikei) in het westen opkwamen en in China de Penjing kunst een herbeleving doormaakte. Combinaties van meerdere plantensoorten bij elkaar werden geaccepteerd en erkend als legitieme uitingen van de kunst.

Over tijd worden bestaande technieken verfijnd en verder ontwikkeld. Vooral in erkende oude Japanse kwekerijen worden technieken ontwikkeld, welke door bezoekers uit diverse landen mee naar huis genomen worden. Daar aangekomen worden de nieuwe technieken toegepast, en verder aangeleerd aan studenten.

Waar Europese boeken over bonsai in het begin vooral de focus legden op de beste manier om de bonsai in leven te houden, richten nieuwere boeken zich meer op de ideeën achter de vormen en stijlen waarmee bonsai gevormd worden. Rondom de wereld worden steeds meer verzamelingen opgebouwd en permanente exposities begonnen wereldwijd te ontstaan. Bijvoorbeeld in Schotland, Hongarije, Australië en Korea was dit het geval.

Een nieuwe golf aan interesse in bonsai van voornamelijk jongeren ontstond toen de Karate Kid films uitkwamen, waarin duidelijk aandacht besteedt wordt aan de Japanse cultuur.

 

Conclusie

Er zijn inmiddels meer dan 1200 boeken over bonsai uitgekomen in wel 26 talen. Meer dan 50 tijdschriften in diverse talen en vijf online tijdschriften in het Engels helpen mensen bij het kweken en onderhouden van bonsai. Honderden websites en fora, online verenigingen, email lijsten en web logs kunnen bekeken worden. Ook op tv en soortgelijke media komen bonsai continue voorbij. Er is inmiddels sprake van een wereldwijde interesse in het onderwerp, met waarschijnlijk wel honderd duizend leden aan bonsai verenigingen wereldwijd. Bonsai is een breed gedragen hobby geworden welke gesteund wordt door een traditie van duizenden jaren.

 

 

Auteur: Robert J. Baran (vertaald door J Ferwerda)